31-05-2012
NJCM-seminar en boekpresentatie: ‘Kindvriendelijke opsluiting’
30-12-2012
Auteursrichtlijnen (NTM/NJCM-Bulletin)
30-05-2012
Bescherming persoonsgegevens: klachten?
Het NJCM vindt het recente kabinetsbesluit inzake gelaatsbedekkende kleding uitblinken in onduidelijkheid en tweeslachtigheid. Bovendien is de motivatie en onderbouwing van het besluit ontoereikend. Het NJCM acht de toetsing aan de mensenrechtelijke normen van vrijheid van godsdienst en het recht op gelijke behandeling onvoldoende.
Het besluit opent met een verwijzing naar het coalitieakkoord waarin het waarborgen van de openbare orde en veiligheid als grondslag wordt gegeven voor een eventueel verbod op gelaatsbedekkende kleding. Niettemin is de voornaamste motivatie van het kabinet het waarborgen van open communicatie. Verder lijkt de motivatie zich uit te strekken naar zorgen over veronderstelde verhitte maatschappelijke discussies, het veronderstelde gevoel van onbehagen en onveiligheid bij de rest van de bevolking en het veronderstelde vrouwonvriendelijke karakter van islamitisch gelaatsbedekkende kleding. Dit toont ook tegenstrijdigheid en onduidelijkheid van het besluit aan. Het onderwerp van het besluit heet nadrukkelijk gelaatsbedekkende kleding te zijn. Toch vindt het kabinet het noodzakelijk om ook in te gaan op islamitische gelaatsbedekkende kleding. Herhaaldelijk geeft het kabinet aan dat er reeds mogelijkheden zijn om het dragen van gelaatsbedekkende kleding tegen te gaan. Het kabinetsbesluit geeft ook niet duidelijk aan waarom toch aanvullende regels in het onderwijs en de openbare dienst nodig zijn.
In ieder geval heeft het kabinet onvoldoende gemotiveerd wat de noodzaak van aanvullende regels zou zijn. Het NJCM wijst erop dat hoewel beperking van religieuze uitingen mogelijk is, deze aan strikte voorwaarden dient te voldoen. Een primaire eis is dat iedere beperking noodzakelijk in een democratische samenleving dient te zijn. Gezien het kleine aantal vrouwen dat islamitisch gezichtsbedekkende kleding draagt, het vermoedelijk geringe aantal personen dat overige gelaatsbedekkende kleding draagt en vooral gezien de geringheid van het probleem dat enige gelaatsbedekkende kleding creëert, is het niet voor de hand liggend dat een beperking zal kunnen voldoen aan de noodzakelijkheidseis zoals die in het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens wordt gesteld. Het NJCM heeft de indruk dat het kabinet een signaalbesluit heeft genomen met een schijnoplossing.
Voor meer informatie zie de rubriek ‘brieven’ op de website van het NJCM (www.njcm.nl) of neem contact op met Hana van Ooijen (06-16498477/ njcm@law.leidenuniv.nl).
