27-02-2012
Nieuwe leden gezocht: werkgroep Staats- en Bestuursrecht
30-12-2012
Auteursrichtlijnen (NTM/NJCM-Bulletin)
13-02-2012
Meld je aan voor ‘Humanity in Action’, zomerprogramma 2012
Het Eminent Jurists Panel on Terrorism, Counter-terrorism and Human Rights van het International Commission of Jurists (ICJ) hield op 2-4 juli zitting in Brussel om te spreken over antiterrorismemaatregelen en het effect daarvan op mensenrechten in Europa. Acht vooraanstaande juristen van over de hele wereld vormen dit panel, waaronder Mary Robinson (onlangs in de pers genoemd in verband met de club van “ouden en wijzen” van Nelson Mandela). De Nederlandse sectie van het ICJ, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM), heeft op 3 juli ten overstaan van dit panel de situatie ten aanzien van terrorismebestrijding in ons land weergegeven. Het NJCM heeft haar zorgen geuit over een aantal maatregelen waaronder het zogenaamde persoonsgericht verstoren.
Het persoonsgericht verstoren is een maatregel die door de burgemeester van een gemeente kan worden opgelegd aan personen die op enigerlei wijze in verband met terrorisme kunnen worden gebracht. De maatregel wordt uitgevoerd door de politie en kan bestaan uit de volgende handelingen: afleggen van (huis)bezoeken aan de betrokkene en/of diens buren, familie, werk of school, betrokkene uitnodigen op het politiebureau, opbellen, aanbellen bij diens woning, personen uit de omgeving van betrokkene benaderen, (systematisch) met herkenbare politievoertuigen surveilleren in de omgeving van betrokkene, meld-misdaad-anoniem kaartjes in de omgeving verspreiden etc. In het meest extreme geval kan de maatregel lijken op stalking door de politie. Het doel van de verstorende maatregel is de betreffende persoon laten weten dat hij in de gaten wordt gehouden door de autoriteiten ten einde hem te verstoren in mogelijke terroristische activiteiten en hem onaantrekkelijk te maken om mee samen te werken voor terroristische doeleinden. Uit een brief van de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer, gepubliceerd op 11 juni 2007, blijkt dat sinds het voorjaar van 2005 aan ongeveer 15 personen de maatregel van persoonsgericht verstoren is opgelegd.
Het NJCM benadrukt dat het hier gaat om personen die niet verdacht worden van enig strafbaar feit gerelateerd aan terrorisme volgens het Nederlands Wetboek van Strafrecht. Het gaat dan ook om overheidsingrijpen in het privé-leven van personen in een stadium waar nog geen (poging tot) strafbare feiten zijn begaan, noch strafbare feiten worden voorbereid. De burgemeester komt tot het opleggen van een maatregel op basis van informatie van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), welke informatie niet toegankelijk en transparant is voor de betrokken persoon. Het grootste bezwaar van het NJCM tegen deze maatregel bestaat uit het feit dat deze maatregel niet in de wet is geregeld zodat allerlei (procedurele) waarborgen ontbreken. Het is volstrekt onduidelijk wanneer, onder welke voorwaarden, op basis van welke informatie en voor hoe lang de maatregel kan worden opgelegd door de burgemeester. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) eist dat inbreuken in mensenrechten zijn voorzien bij wet. Dit is nodig omdat anders voor burgers onduidelijk is welke gedragingen wel en welke niet geoorloofd zijn en om te voorkomen dat autoriteiten naar willekeur kunnen ingrijpen in het persoonlijk leven van burgers.
Dit onderwerp is al eerder (in de media) aangekaart door professor Jan Brouwer, hoogleraar algemene rechtswetenschap, in zijn oratie aan de Rijksuniversiteit Groningen van 13 juni 2006. De ministers Donner en Remkes hebben Brouwer destijds van repliek gediend in een artikel in Binnenlands Bestuur van 21 juli 2006. Daarin stellen zij dat er wel degelijk een wettelijke basis bestaat voor het persoonsgericht verstoren namelijk (impliciet) in de Gemeentewet en Politiewet. Het NJCM bestrijdt dat dit als wettelijk basis kan dienen aangezien deze wetten zeer algemeen geformuleerd zijn en slechts de taken en bevoegdheden van politie en burgemeester vaststellen en verdelen. In deze wetten is in het geheel niets geregeld over persoonsgericht verstoren of een vergelijkbare maatregel. Het is gelet op de jurisprudentie van het Europese Hof (zeer) onwaarschijnlijk dat een verwijzing naar deze wetten de toets der kritiek zal doorstaan. Bovendien kan de vraag worden gesteld of deze maatregel wel effectief zal zijn. Volgens de ministers is het doel dat wordt beoogd, het voorkomen van terrorisme. De vraag is of een mogelijk radicaliserende jongere door een dergelijke maatregel niet juist extra geïsoleerd en onbereikbaar zal worden en of terrorisme hiermee daadwerkelijk voorkomen zal worden.
Het gaat hier om een vrij ingrijpende maatregel, veelal gebaseerd op informatie van de AIVD, bedoeld voor personen die (nog) geen, of niet langer verdachte zijn in het kader van de strafwetgeving. Daarbij is van belang dat de strafwetgeving in het kader van terrorismebestrijding reeds substantieel is uitgebreid en ingrijpen ten behoeve van terrorismebestrijding al in een vroeg stadium mogelijk is.
